Letterkunde

Veel kommer en kwel - Luc Renders

In 2004 werd in Zuid-Afrika nog met de nodige luister het tienjarige bestaan van een democratische regering gevierd. In de Zuid-Afrikaanse literatuur is de euforie die rond 1994 heerste echter volledig verdwenen.

De prille democratie heeft de verwachtingen van blank en zwart niet kunnen inlossen waardoor nu ontnuchtering en pessimisme de overhand hebben. Het toekomstperspectief ziet er evenmin rooskleurig uit.

Is het wegens de ondraaglijke last van het Zuid-Afrikaanse bestaan dat er nogal wat ontspanningsliteratuur verschenen is? Soms mag er zelfs gelachen worden. Op hulle stukke, samengesteld door Jeanette Ferreira, is een verzameling van 33 korte, humoristische schetsen van 22 schrijvers. Deze verzamelbundel brengt pretentieloze ontspanning.

Ook spanning kan ontspannend zijn. Een intrigerend toeval is de haast gelijktijdige publicatie van twee thrillers die zich in Oekraïne afspelen. Akwarius van Piet van Rooyen heeft de havenstad Sebastopol op het Krimse schiereiland als belangrijkste lokatie. Ondanks de verrassende ruimtelijke situering – zijn vorige romans speelden zich voornamelijk in een woestijnwereld af – draagt Akwarius onmiskenbaar een Van Rooyen stempel. Ook nu krijgt de zoektocht een symbolische invulling: ze drukt het verlangen uit naar een ongecompliceerd natuurbestaan, ver verwijderd van de beschaving. De roman mislukt als thriller omdat hij geen strak verhaalpatroon met een ijzeren interne logica en een onontkoombare wetmatigheid heeft. Bovendien is de symbolische inkleding te vergezocht en daardoor ongeloofwaardig.

In die lig van vuur, de eerste roman van Pieter Stoffberg, die eerder twee verhalenbundels publiceerde, is daarentegen wel een geslaagde thriller. Het verhaal stoelt op intrigerende personages, een inventieve plot, een volgehouden spanningsboog, scherpe dialogen en glasheldere sfeerschepping. De roman ijlt in sneltreinvaart naar de ontknoping.

Pieter Stoffberg heeft een verhaal geschreven waarin hij de minder aangename kanten van het leven niet uit de weg gaat. Bovendien zijn zijn personages mensen van vlees en bloed die soms tegen beter weten in verkeerde keuzes maken. Pieter Stoffberg heeft met In die lig van vuur een intelligente thriller geschreven die ver boven de middelmaat uitstijgt.

Het literaire werk van Dalene Matthee, Marita van der Vyver en Engela van Rooyen kan tot de betere populaire literatuur gerekend worden. Van Dalene Matthee, die in 2005 onverwacht overleed, verscheen postuum Die uitgespoeldes. De roman verscheen gelijktijdig in het Afrikaans en het Engels en stond wekenlang bovenaan de bestsellerlijsten in Zuid-Afrika. De naam Dalene Matthee staat inderdaad borg voor stijlvol proza, een sterk verhaal en beklijvende personages. Van deze succesformule is helaas in dit eerder dunne werkje weinig te merken.

De hoofdfiguur, Moses Swart, is letterlijk een aangespoelde: als kleine jongen is hij de enige overlevende van een scheepsramp in de buurt van Kaap Agulhas aan de oostkust van Zuid-Afrika. Van een verhaalontwikkeling is er nauwelijks of geen sprake. Die uitgespoeldes komt niet verder dan een beschrijving van een aantal excentrieke mensen uit de jaren vijftig. Bovendien is de hoofdfiguur te kleurloos om het verhaal te kunnen dragen. Deze laatste roman van Dalene Matthee komt absoluut niet uit de verf.

De verhalenbundel Bestemmings is het jongste werk van Marita van der Vyver. De twaalf verhalen hebben meestal vrouwelijke hoofdfiguren die met elkaar gemeen hebben dat ze in een crisissituatie beland zijn en een nieuwe bestemming aan hun leven moeten geven. Het zure en het zoete houden elkaar in deze bundel in een wankel evenwicht. Marita van der Vyver is een rasvertelster. Haar verhalen weten te boeien doordat ze met trefzekere pen personages en situaties weet op te roepen. Daarbij staan leesbaarheid en herkenbaarheid voorop. Bestemmings is een gevarieerde bundel die zonder sentiment maar met bijzonder veel empathie verslag doet van de dingen des levens.

Seisoene van Engela van Rooyen, een bijzonder populair schrijfster die een honderdtal werken op haar actief heeft, staat midden in het leven. Seisoene is een autobiografisch werk, gebaseerd op een dagboek dat Engela van Rooyen in 1969, op haar dertigste verjaardag, is beginnen bijhouden. De schrijfster geeft aan dat ze een doodgewoon leven leidt. Het verschilt niet van dat van de meeste mensen. Juist daarom vindt ze het belangrijk om er een boek over te schrijven: in de zorgvuldige weergave van een doordeweeks bestaan ligt het belang ervan.

Deze focus is de Achilleshiel van dit werk. Niet alleen gaat de eindeloze beschrijving van huishoudelijke voorvallen en anekdotes op de duur danig vervelen maar er ontstaat een haast claustrofobische atmosfeer. De schrijfster wekt de indruk dat ze doelbewust niet over haar eigen tuinmuren heeft willen kijken. In een land zoals Zuid-Afrika waar tijdens de apartheidsperiode de regering zich met de intiemste aspecten van het individuele leven bemoeide, lijkt het bijna op een vorm van ontkenning of ontvluchting om niet over de interactie tussen het private en het maatschappelijk-politieke domein te willen schrijven. En dit des te meer in de jaren zeventig en tachtig, een periode van heftig verzet tegen de apartheid waarbij ook de Zuid-Afrikaanse schrijvers zich niet onbetuigd lieten.

Waar Engela van Rooyen haar volwassen jaren beschrijft, valt de focus in ’n Wonderlike geweld. Jeugherinneringe, de lijvige autobiografie van Elsa Joubert, op haar jeugdjaren. Elsa Joubert sluit ’n Wonderlike geweld dan ook veelbetekenend af met haar vertrek als vijfentwintigjarige op haar eerste reis doorheen Afrika en Europa. Het is dan 1948, het jaar waarin de Nasionale Party de verkiezingsoverwinning behaalt en bijna een halve eeuw lang het beleid in Zuid-Afrika zal bepalen. Haar vertrek betekent voor Elsa Joubert het eigenlijke begin van haar schrijverschap waarin Afrika en natuurlijk vooral Zuid-Afrika zo’n belangrijke plaats zullen innemen.

‘n Wonderlike geweld is een turf, maar als lezer word je er niet veel wijzer van. Dat heeft alles te maken met de selectie van het materiaal en het vertelperspectief. Het boek is opgezet als een dagboek. Van een doorgedreven selectie van het materiaal en van een herinterpretatie ervan vanuit een achternaperspectief is er geen sprake. Het resultaat is dat het boek de allure krijgt van een tienerkroniek met de onvermijdelijke schwärmerei en de typische sturm-und-drang episodes. De detailrijkheid waarmee Elsa Joubert haar jeugdherinneringen beschrijft, is ontwapenend en verstommend maar ook onthutsend en beklemmend. Al te sporadisch is er een glimp op te vangen van de eigenzinnige en tegendraadse schrijfster die Elsa Joubert geworden is. ’n Wonderlike geweld eindigt op het moment dat het leven van Elsa Joubert echt interessant begint te worden: haar ontdekking van Afrika en haar ontplooiing als schrijfster.

Een nauwelijks verholen autobiografie is Kroes, de eersteling van Pat Stamatélos. De roman speelt zich af in het begin van de jaren zestig. De bruine mensen zijn door de apartheidswetten tot tweederangsburgers in hun eigen land gedegradeerd. Pattie Peters is een kleurling die in Johannesburg de jonge Griekse immigrant Laki Pappasani leert kennen. Ze worden verliefd. In het land van de apartheid is liefde over de kleurgrens heen echter bij wet verboden.

Kroes maakt meer dan duidelijk in welke mate de apartheidswetgeving in het leven van alle Zuid-Afrikanen ingreep. Pattie Peters en de andere romanfiguren zijn gewone mensen die verstrikt raken in het kluwen van apartheidswetten. Ook de naïviteit waarmee de gebeurtenissen verteld worden, geeft hen een bijzondere aandoenlijkheid en authenticiteit. Kroes is een van de talloze aparheidsverhalen die verteld moeten worden en vormt daardoor een belangrijke bijdrage tot de Afrikaanse literatuur.

A.P. Brink gaat in Bidsprinkaan op zoek naar een verder verleden. Bidsprinkaan is een historische roman die de levensgeschiedenis vertelt van Kupido Kakkerlak. Hij is een historisch figuur, een Khoi of Hottentot, die leefde van ongeveer 1760 tot 1825.Hij was de eerste bruine zendeling aan de Kaap de Goede Hoop. De karige informatie die over het leven van Kupido Kakkerlak beschikbaar is, neemt Brink als uitgangspunt voor wat de ondertitel als “’n ware storie” bestempelt. Verbeelding en feiten vullen elkaar aan tot een verbluffend geheel.

Kupido Kakkerlaks leven verloopt in een cirkelgang. Hij groeit op in een traditionele Khoi gemeenschap. Het wereldbeeld en de geloofsovertuiging van de Khoi zweert hij af nadat hij in contact gekomen is met eerwaarde Van der Kemp op Graaff-Reinet. Hij wordt een bezield christen en gedreven zendeling. Als zijn zendingarbeid op Dikathong mislukt en hij door het Londense Zendinggenootschap in de steek gelaten wordt, realiseert hij zich dat de christelijke God een blanke God is. Kupido Kakkerlak komt tot het inzicht dat God ook vóór de komst van de blanke in Afrika was. Hij herontdekt zijn oude geloof. Geen wonder dat Kupido Kakkerlak uiteindelijk wegtrekt met de langverwachte Arend naar een streek ergens in Afrika waar zoals deze laatste het uitdrukt: “ek nooit meer slaaf hoef te wees nie”.

In Bidsprinkaan verwerpt André Brink elke vorm van religieuze exclusiviteit en benadrukt hij de gelijkwaardigheid van zowel religies als mensen. Hij geeft aan dat een blank perspectief ook maar een vertekend beeld schept en dus geenszins op universaliteit kan aanspraak maken. Met Bidsprinkaan bereikt André Brink opnieuw het niveau van zijn betere historische romans. Deze roman is een door en door Zuid-Afrikaans werk waarin de magisch-mythische wereld van de Khoi en de San, het Zuid-Afrikaanse landschap en de politiek-maatschappelijke ontwikkelingen van het einde van de 18e eeuw en het begin van de 19e eeuw bijzonder treffend worden weergegeven. Deze lokale verankering maakt de lezer des te sterker bewust van de beperktheid en de kortstondigheid van ideologieën, religieuze opvattingen en wereldbeelden. Brink bewijst met Bidsprinkaan nogmaals zijn uitzonderlijke literaire meesterschap.
In historische romans als Kroes en Bidsprinkaan dient het verleden als spiegel voor het heden. Ook toekomstromans hebben de bedoeling kritische commentaar op het heden te leveren. Dat is alleszins het geval met Miskruier van Jaco Botha. In de roman van Jaco Botha symboliseert de miskruier, een soort kever, de kleine man die het slachtoffer wordt van de gewetenloze machtsdrift van de politieke leiders.

Het beeld dat Jaco Botha van het Zuid-Afrika in 2009 oproept, is ijzingwekkend. De aids-epidemie heeft pandemische proporties aangenomen. Geweld en staatsterreur zijn alomtegenwoordig. Het individu heeft geen vrijheid of rechten meer. Alleen de wet van de sterkste geldt nog. De misstanden die tijdens de apartheid heersten, zijn terug maar omdat de machtsverhoudingen radicaal gewijzigd zijn, worden nu de blanken de eerste slachtoffers van de zwarte machthebbers. Zuid-Afrika is begonnen aan een hellevaart. Miskruier is een uitgesproken anti-utopische roman die volledig afrekent met het optimistische regenboognatie-gevoel.

Terwijl het eerste deel van de roman een politieke thriller is, wordt het tweede gedeelte tot een gevangenisavontuur. Het onheilspellende toekomstvisioen moet plaats ruimen voor een lugubere gevangenisenscenering vol zonderlingen en mafkezen. Het gevolg is echter dat de politiek-maatschappelijke boodschap van de roman sterk afgezwakt wordt.

Raka: die roman van Koos Kombuis is ook in de nabije toekomst gesitueerd namelijk het jaar 2008. De roman schetst een ontluisterend beeld van wat een Afrikaner modelgezin zou moeten zijn. Dat het verhaal zich afspeelt in Stellenbosch, een bastion van de Afrikaner, wrijft nog meer zout in de wonde. Hoge morele standaarden zijn vervangen door een breidelloos nihilisme.

Raka is een zwart boek. Toch geeft de humor er een bijzondere lichtheid van toets aan. De personages die Koos Kombuis ten tonele voert en de situaties waarin hij hen laat belanden zijn dikwijls te gek voor woorden. De absurde overdrijvingen en excessieve uitspattingen maken van de roman een hilarische brok proza. Of de lezer tot het einde toe blijft lachen is twijfelachtig. Daarvoor raakt Koos Kombuis allicht al te veel tere plekken aan. In Raka: die roman steekt Koos Kombuis de draak met de Afrikaner maar de humor heeft een donkere kant. Niet alles kan zomaar weggelachen worden, daarvoor steekt er te veel waarheid en realiteit in dit boek.

Die avonture van Pieter Francken van Jaco Fouché draait om het maatschappijmannetje Pieter Francken die een manager is bij VLA technologies. Als een programmeur, Daniël Cupido, enkele dagen niet is komen opdagen, trekt hij op onderzoek uit. Pieter Francken is evenals het vorige boek van Fouché een zoektocht en een confrontatie. Tijdens zijn nachtelijke dooltocht herontdekt Pieter Francken zichzelf als held en avonturier. Hij komt tot het besef dat de zekerheid en de luxe die hij nastreefde ook enorm veel stress met zich brengen. Jezelf aanvaarden zoals je bent en de moed opbrengen om je eigen ding te doen zijn de sleutels tot het geluk. Peter Francken past deze levensles toe in zijn eigen leven: hij vraagt demotie aan op zijn werk en verhuist naar een minder dure woonbuurt. Hij heeft de sprong van de duisternis naar het licht en de zelfbevrijding gemaakt.

Die avonture van Pieter Francken heeft een sterke allegorische inslag. Pieter Francken is erg weerbarstige literatuur. De avonturen die Pieter Francken beleeft, kunnen de lezer niet lang in de ban houden. De roman vraagt van de lezer een rationeel-analytische ingesteldheid. Hij verschraalt echter tot een intellectuele oefening zonder ziel of hart. Als elke vorm van emotionele betrokkenheid ontbreekt, gaat zelfs de meest vernuftige structuur vervelen.

Flarde van Marlize Hobbs doet precies het tegenovergestelde door de lezer te midden van de hartverscheurende Zuid-Afrikaanse realiteit te plaatsen. Marlize Hobbs gebruikte haar opleiding en ervaring als sociaal assistente als inspiratiebron in deze navrante debuutnovelle. Daarin staat een blanke maatskaplike werker centraal. Na haar studies is ze naar haar geboortestreek teruggekeerd om er in een verarmd zwart gebied aan de slag te gaan. Ze wordt er Mosadiotsile genoemd: zij die gekomen is om ons te helpen. De verhaalfeiten geven aan deze naam een wrange ironische connotatie: behalve het verlenen van financiële steun staat de sociaal assistente machteloos om iets aan de troosteloosheid, de uitzichtloosheid en de gruwel waarin de zwarten moeten leven te veranderen.

In de novelle wordt geleidelijk het geheim van de Dipeko familie ontsluierd. Ganyesa, de plaats waar het verhaal zich afspeelt, is even onbarmhartig en onherbergzaam, als de mensen die er wonen. Ook de sociaal assistente voelt er zich niet thuis ondanks het feit dat ze in de omgeving opgegroeid is. Aan het paradijselijke bestaan zoals ze dat in haar jeugd kende, is echter finaal een einde gekomen. De omstandigheden waarin de blanken moeten leven, zijn totaal veranderd. Ze voelen zich weerloos en schuldig en hebben alle houvast verloren.

In het boek komen de verschillende directe betrokkenen afwisselend aan het woord. De verbrokkelde vertelwijze en de geleidelijke ontsluiering van het drama dat zich voltrokken heeft binnen de Dipeko familie geven tekstmatig gestalte aan het gevoel in een versplinterde en onbeheersbare wereld te leven. Flarde is een schreeuw van wanhoop en onmacht, een ijzersterk debuut van een veelbelovend schrijfster.

De roman Een vir die wolfskof van Johnita le Roux speelt zich af in 1995. De wolfskof is de laatste en moeilijkste wachtdienst van de nacht, juist vóór het aanbreken van de dag. De focus valt op Berta Jordaan. Ze is getrouwd met Jakes en heeft twee kinderen. Jakes is een beroepssoldaat die getraumatiseerd is door zijn oorlogservaringen. Soms gaat hij helemaal door het lint en moet dan in een psychiatrische instelling opgenomen worden. Berta zelf krijgt psychologische begeleiding van Larey Lombard. In de gesprekken die Berta met Larey heeft, kringt de roman uit naar het verleden. Het hoofdaccent valt op de moord die in 1917 gepleegd werd waarbij de broer van de ouma van Jakes om het leven werd gebracht. Deze moord, waarvan de naschokken nog altijd te voelen zijn, is symptomatisch voor het conflict tussen blank en zwart op Zuid-Afrikaanse bodem. Deze strijd lijkt nog altijd niet uitgewoed. Is de Zuid-Afrikaan veroordeeld om steeds dezelfde strijd te voeren zoals het motto aangeeft: “Die toekoms is niks anders nie as die verlede wat deur ’n ander poort binnekom”? Leven in Zuid-Afrika betekent een bittere strijd om te overleven in een genadeloos land.

Dit geldt zowel voor blank als zwart. Een vir die wolfskof is niet eenzijdig op de ervaring van de blanke gericht. De roman heeft ook oog voor het onrecht dat in de loop van de geschiedenis door de blanke aan de zwarte aangedaan werd. De auteur brengt daardoor een gebalanceerd maar ook een gecompliceerd beeld van de rassenconflicten en de gewelddaden die Zuid-Afrika geteisterd hebben. Toch wordt deze erg pessimistische visie enigszins genuanceerd. Tegenover het geweld, de haat en de onmenselijkheid staan gebaren van medemenselijkheid en het moeizame zoeken naar begrip en verzoening.

Een vir die wolfskof heeft een knappe opbouw. De auteur heeft een vaste greep op haar omvangrijke materiaal. Johnita le Roux is erin geslaagd om in de complexiteit van de Zuid-Afrikaanse realiteit, waarin het heden niet kan worden losgekoppeld van het verleden, gestalte te geven.

Met In stede van die liefde heeft Etienne van Heerden een waardig opvolger van Die swye van Mario Salviati geschreven. Deze lijvige roman trekt een wirwar van draden die alle Matjiesfontein als snijpunt hebben.

Vanuit dit onooglijke Karoodorpje met het Lord Milner hotel als kern kringt het verhaal verder uit naar andere steden van Zuid-Afrika en de wereld: Stellenbosch, Kaapstad, Johannesburg, Harare, New York, Berlijn ... Het zijn steden die op een of andere manier verbonden zijn met Christian Lemmer, de baas van africart.com, een internetbedrijf dat Afrika-kunst verkoopt.

Tevens maakt een veelkleurige stoet van personages haar opwachting: inwoners van Matjiesfontein die uit een rariteitenkabinet lijken ontsnapt en het wonderlijke, soms gevaarlijke, allegaartje van mensen die het pad van Christian Lemmer kruisen. De bonte mengeling van steden en personages wordt feilloos ingebed in de twee grote verhaallijnen: de eerste rond de verdwijning van Snaartjie Windvogel en de tweede over de verhouding tussen Christian en zijn vrouw Christine. In beide verhaallijnen staat de ontsluiering van een geheim centraal. In stede van die liefde leest daardoor als een spannend detectiveverhaal.

Het ontrafelen van de twee mysteries, die uiteindelijk hecht met elkaar vervlochten blijken te zijn, krijgt een bijzondere thematische relevantie. De roman geeft hiermee de verwikkeldheid van het leven aan. Niets is eenduidig of eenvoudig. Een mensenleven is uitermate complex. De mens is de som van de krachten die hem gemaakt hebben tot wat hij is en die nog steeds op hem blijven inwerken: zijn verleden, zijn talenten, zijn gezondheid, de omstandigheden, de politieke ontwikkelingen, het toeval enz. Iedereen draagt zijn eigen problemen, geheimen, frustraties, dromen en verlangens met zich mee. Deze bepalen hoe men met de anderen omgaat. Menselijke verhoudingen zijn erg precair. De mens is uiterst kwetsbaar. Hij zit opgescheept met trauma’s die hij haast niet kan verwerken en die een gewoon leven en normale relaties bijna onmogelijk maken. Toch blijft de mens verlangen naar een beetje geluk, geborgenheid en liefde. Dit haast onmogelijke streven wordt door de dubbelzinnigheid in de titel spits gesuggereerd. Ondanks de verschillen in omstandigheden, achtergrond en verleden heeft iedereen dezelfde problemen en verlangens.

Etienne van Heerden heeft met In stede van die liefde een krachttoer gepresteerd. De roman legt de essentie van het menselijke lot bloot. De auteur koppelt een gedetailleerde schildering van de microcosmos van Matjiesfontein niet alleen aan een fijn aanvoelen van de grotere Zuid-Afrikaanse realiteit maar ook van globale ontwikkelingen waarin de toenemende commercialisering en het ermee gepaardgaande waardenverlies opvallende tendensen zijn. Zijn personages zijn eenvoudige dorpsmensen, gesofisticeerde stedelingen en inwoners van de global village maar tegelijkertijd ook Zuid-Afrikanen met een belast verleden, een angstwekkend heden en een onzekere toekomst. Het maakt weinig verschil hoe beperkt of hoe uitgestrekt de horizon van het individu is, op de eerste plaats moet hij met zichzelf in het reine komen. Etienne van Heerden schrijft met bijzonder veel verve en flair. In stede van die liefde verbluft door de precisie waarmee de couleur locale is aangebracht en overrompelt door wijdheid van visie en de breedte van het verwijzingsraamwerk.

Het hedendaagse Zuid-Afrikaanse proza neemt de polsslag van de Zuid-Afrikaanse maatschappij. De diagnose is beslist niet positief. Het veelkleurige en multiculturele paradijs waarvan in 1994 gedroomd werd lijkt verder weg dan ooit. De Zuid-Afrikaanse schrijver heeft zich niet in een ivoren toren teruggetrokken. Hij blijft zich in het maatschappelijke debat mengen. Dit engagement maakt zijn werk bijzonder relevant en boeiend.

 

Publikasie: Januarie 2005©

 

Catharina Loader 2001