Letterkunde

De moeizame weg naar innerlijke harmonie - Luc Renders

  • Op de rand van waanzin
  • Over mannen en vrouwen
  • Een manneijke tegenoffensief
  • Autobiografische aantekeningen
  • Literiare sprokkels uit Zuid-Afrika
    • Literaire prijzen
    • Over boeken
    • Over schrijvers
    • Boektip: Midlands van Jonny Steinberg

De Afrikaanse prozaproductie van het afgelopen jaar staat ongetwijfeld in het teken van de vrouw. Niet alleen lieten gevestigde en debuterende vrouwelijke schrijvers nadrukkelijk van zich horen maar ook de jongste roman van André Brink heeft een vrouwelijk hoofdpersonage en een uitgesproken feministische strekking. Er doet zich een opvallende verschuiving voor in de behandelde problematiek. De Zuid-Afrikaanse politieke en maatschappelijke realiteit verschuift naar de achtergrond om plaats te ruimen voor de kommer en kwel in het leven van het individu.

Op de rand van de waanzin

Stoornis is de debuutbundel van Nini Bennett. De titel duidt het centrale thema in de 16 verhalen aan: het gaat telkens om mensen die omwille van eigen schuld, door omstandigheden of het vasthouden aan verouderde normen de greep op de werkelijkheid verliezen. De cocon waarin ze zich toegekapseld hebben, biedt slechts illusoire bescherming. De pathetische illusies die ze koesteren en de desperate pogingen die ze ondernemen om het leven naar hun hand te zetten, maken hun kwetsbaarheid en weerloosheid des te schrijnender.

Voor de mens die er niet in slaagt zijn trauma’s van zich af te schudden is het leven een precaire evenwichtsoefening. De waanzin is nooit veraf. Een aantal verhalen spelen zich af in een inrichting voor geesteszieken. De psychiatrische instelling biedt veiligheid en beschutting tegen de aanslagen van het leven, hoewel ook hier niet alles rozengeur en maneschijn is. De mens komt meestal in het kamp van de verliezers terecht.

De verhalen werken cumulatief. Stoornis is een wrange bundel die een deprimerend beeld van het leven schetst. Gelukkig zorgt de humor af en toe voor wat opbeuring. Nini Bennett weet haarscherp personages in een brede waaier van situaties te tekenen. Met fijngevoeligheid en mededogen schrijft ze over de breuklijnen die door het leven lopen. Toch zijn niet alle verhalen even geslaagd. De beste vertrekken van de alledaagse realiteit. Andere nemen een loopje met de werkelijkheid en missen daardoor overtuigingskracht.

Een andere debutante is Gerda Taljaard. Haar verhalenbundel Maansiek handelt over het lot van de vrouw. In haar wereld zijn geheimzinnige, bovennatuurlijke krachten aan het werk. Vrouwen zijn heksen en weerwolven. Ze vallen ten prooi aan hun eigen onbeheersbare verlangens en driften en zijn het slachtoffer van de mannelijke zelfzucht. Soms worden ze tot zelfmoord gedreven. Gelukkig hebben ze ook beschermengelen en beschikken ze dikwijls over de weerbaarheid om van zich af te bijten. De jongere generatie laat beslist niet meer met zich sollen.

De verhalen van Taljaard krijgen een mythische allure omdat ze doordrenkt zijn van hevige, primaire emoties en inspiratie vinden in de Europese en Afrikaanse volksverhaaltradities. Toch is Maansiek geen geslaagde bundel. Te veel verhalen blijven in het anekdotische of het spookachtige steken. Oppervlakkig effectbejag krijgt al te dikwijls de overhand waardoor er geen verdiepend inzicht in de menselijke natuur ontstaat.

Ook de roman Hanna van Rachelle Greeff heeft een getraumatiseerd hoofdpersonage. Hanna is alcoholiste. Na een ongeluk bij het koken komt ze eerst in een ziekenhuis en daarna in een ontwenningskliniek terecht. Het vormt de aanleiding tot een bestekopname van haar leven. De roman licht geleidelijk de sluier over de oorzaken van het alcoholisme van de hoofdfiguur en beschrijft het proces dat Hanna moet doormaken om met zichzelf in het reine te komen. Ze krijgt daarbij de steun van haar kinderen, haar vriendenkring en van andere verslaafden. Hanna lijkt erin te slagen het blad van het verleden om te slaan: haar alcoholverslaving is onder beheer en ook een nieuwe liefde dient zich aan. De roman eindigt met het vooruitzicht op heling.

Het positieve slot versterkt de optimistische toonaard van de roman. Ondanks het feit dat niemands leven over rozen gaat – stukgelopen verhoudingen, communicatiestoornissen en andere vormen van onheil zijn schering en inslag – doemen er nooit onoverkomelijke hindernissen op. Iedereen beschikt over de moed en de veerkracht om zijn problemen te boven te komen. Bovendien kan men steeds terugvallen op een loyaal en hecht ondersteuningsnetwerk. Zelfs de alcoholverslaving van Hanna brengt relatief weinig ontwrichting teweeg.
Hanna beschrijft geen genadeloze afrekening met het verleden, geen ontluisterend afstropingsproces, geen continue, moeizame en eenzame strijd tegen de drankduivel, integendeel. Alcoholisme wordt van zijn angel ontdaan. Hanna krijgt daardoor geen tragische maar een melodramatische gestalte. De roman ontwijkt eerder dan te confronteren. Dit blijkt ook uit de verwijzingen naar de Zuid-Afrikaanse actualiteit. Ze geven aan de verhaalwereld een schijn van betrokkenheid maar in wezen gaan de romanpersonages ongestoord hun eigen gang. Rachelle Greeff heeft een erg vlotte pen en Hanna is erg onderhoudend. Het is echter geen aangrijpend werk omdat de donkere kant van het bestaan al te licht wordt ingekleurd.

Over mannen en vrouwen

Ook Elsa Joubert beschrijft in Twee vroue de vrouwelijke levenservaring. Het boek bevat twee novellen: 'Pampas' en 'Klooster'. 'Pampas' is hoofdzakelijk gesitueerd in Argentinië vroeg in de twintigste eeuw. Het vertelt het verhaal van Elvira uit de Kaap die na een liefdesteleurstelling besluit om het huwelijksaanbod van een Afrikaanse Boer uit Argentinië te aanvaarden.

De meeste aandacht gaat uit naar het neerdrukkende leven op de afgelegen schapenboerderij: de uiterst armoedige levensomstandigheden, de ongenaakbaarheid van het landschap, de barheid van de winter. Dezelfde mistroostigheid kenmerkt het huwelijksleven van Elvira en Ben. Zij blijven vreemdelingen voor elkaar. Elvira voelt zich door Ben, die een zoon wil, misbruikt en vernederd. Haar trots maakt het haar onmogelijk om naar hem uit te reiken. Ze wordt daardoor tot een harde, ongenaakbare vrouw. Elvira keert ten slotte met haar dochters naar Zuid-Afrika terug waar ze een erg teruggetrokken leven leidt en totaal vereenzaamd sterft.

Pampas' is een aanklacht tegen de volslagen onderworpenheid van de vrouw aan de man. Ze heeft geen enkele vorm van vrijheid en geen ontplooiingskansen; ze heeft alleen maar huishoudelijke, echtelijke en moederlijke plichten. Het is niet mogelijk aan dit strakke keurslijf te ontsnappen omdat de traditionele rollenverdeling als vanzelfsprekend wordt beschouwd.

'Klooster' heeft een totaal andere atmosfeer. De tijd is een onbepaald heden en de plaats een klooster ergens in een woestijn in Afrika. Helena reist er samen met Myer, Henk en Van Ryswyck naartoe op zoek naar een onbekend handschrift. Helena gedraagt zich eerst erg tegenzinnig en afgetrokken maar tijdens haar verblijf in het klooster verandert haar houding geleidelijk. Het einde van de novelle staat haaks op het begin ervan. Helena heeft haar zelfgenoegzaamheid afgelegd. Ze kan zich nu openstellen voor haar omgeving.

'Klooster' is een mysterieus verhaal dat zijn betekenis niet zomaar prijsgeeft. De symboliek blijft echter erg duister en niet alle stukken van de puzzel passen precies in elkaar. Welk nieuw inzicht heeft Helena bereikt? Is het het bewustzijn dat ze zich voor andere waarden, voor anderen, voor het onbekende moet openstellen omdat ze alleen op die manier aan een steriel leven kan ontsnappen? 'Pampas', dat al te lang uitgesponnen wordt, en 'Klooster' vormen dan elkaars tegenpolen. Waar 'Pampas' binnen een historische context de onderdrukking van de vrouw uitbeeldt, handelt 'Klooster' over de moderne, vrijgevochten vrouw die in haar zelfgecentreerdheid geen vervulling kan vinden.

Beide novelles missen, vooral als gevolg van een gebrekkige psychologische onderbouw, interne stuwkracht waardoor ze niet volledig kunnen overtuigen. Twee vroue haalt niet het niveau van het beste proza van Elsa Joubert.

Zoals ‘Pampas’ is de jongste roman van André P. Brink, Anderkant die stilte, een historisch werk en een felle aanklacht. Hanna X, een weeskind, groeit in het laatste kwart van de negentiende eeuw op in Bremen. Ze kent een erg ongelukkige jeugd. Als ze op volwassen leeftijd verneemt dat de regering vrouwen werft die bereid zijn naar de kolonie Zuidwest-Afrika, het huidige Namibië, te emigreren, biedt ze zich zonder aarzelen aan. Het is het begin van een nog ergere lijdensweg.

Anderkant die stilte is een aanklacht tegen het onrecht en vooral het seksuele geweld dat vrouwen moeten ondergaan. Ze zijn volledig overgeleverd aan mannen die alleen maar op de bevrediging van hun lusten uit zijn. De vrouwen tellen helemaal niet mee. De gruwelijke verminkingen van Hanna X en het uitsnijden van haar tong, zodat ze letterlijk stemloos wordt, zijn daar de zichtbaarste tekenen van. Binnen een patriarchaal gestructureerde maatschappij is voor de vrouw geen rol van betekenis weggelegd. De gezagsinstanties, zoals de Kerk, het leger en het overheidsapparaat, zijn volledig in de handen van mannen. In Zuidwest-Afrika staan de zaken er niet beter voor. Binnen het koloniale bestel behoren ook de zwarten tot de onmondigen. Ook zij hebben hun rechten en hun menswaardigheid verloren. Door de koloniale overheid en de Duitse kolonisten worden ze meedogenloos onderdrukt en genadeloos uitgemoord. Het is dan ook geen wonder dat ze zich bij Hanna's kruistocht aansluiten.

Terwijl het eerste deel van de roman Hanna's verleden beschrijft, wordt in het tweede haar veldtocht in de voetsporen van Jeanne d’Arc beschreven. Die verloopt erg wreedaardig. Uiteindelijk ziet Hanna in dat geweld geen uitkomst biedt en vindt ze genoegdoening in de openbare vernedering van haar eertijdse belager. Door in opstand te komen heeft zij een bres geslagen in het mannelijk bastion. Daardoor kan ze haar waardigheid herwinnen.

Hanna’s daad van protest is niet onopgemerkt gebleven. Dat de schrijver haar verhaal uit de doofpot haalt, is hier een bevestiging van. Het vertellen van het levensverhaal van Hanna X licht het uit de anonimiteit en maakt het betekenisvol en exemplarisch. Haar verhaal is immers dat van alle vrouwen. Bovendien wordt door het vertellen van haar levensgeschiedenis haar lijden gesublimeerd. Op die manier wordt immers haar opstand verdergezet.

Anderkant die stilte is niet voor niets opgedragen aan ‘Eva’. Het is een uitgesproken feministische roman geschreven door een mannelijk auteur. Brink zet zijn feministische geloofsbrieven echter al te veel kracht bij. Dit leidt tot een ongenuanceerde zwart-wit tegenstelling en een overdaad aan schokkende ervaringen. Zo vallen de personages uiteen in twee kampen: de goeden, meestal vrouwen, en de slechten, natuurlijk mannen. De catalogus van de ongewenste intimiteiten, de brute gewelddaden en de vernederingen die Hanna en andere vrouwen moeten ondergaan blijft maar aandikken en ook aan de beschrijving van Hanna’s terreurmars komt maar geen einde. Hoewel deze opeenstapeling en de uitvergroting, die er het onvermijdelijke gevolg van is, aan de realistische verhaalopzet een grotesk-symbolische dimensie verleent, is het effect ervan alleen maar afstompend. Anderkant die stilte blijft in zijn goede bedoelingen steken.

De man-vrouw verhouding is ook een essentieel gegeven in een andere historische roman, namelijk Niggie van Ingrid Winterbach. Nu vormt de Anglo-Boerenoorlog (1899-1902) het decor. Niggie is geen verhaal over oorlogshelden. De oorlog wordt van alle heroïek ontdaan. Nergens wordt trouwens aangeduid dat de Boeren een gerechtvaardigde strijd tegen een oppermachtige vijand voeren. Ben en Reitz, de twee hoofdpersonages, zijn erg opgelucht om van het slagveld te kunnen wegkomen. Ze beschouwen de Boeren als dom en kleingeestig – de naïviteit van de Boeren komt vooral tot uiting in de reacties op de natuurwetenschappelijke uiteenzettingen die ze geven - en de Boerencommandanten als onbekwame bevelvoerders die alleen hun eigenbelang nastreven. Verder vechten heeft geen enkele zin en leidt alleen tot nog meer zinloos bloedvergieten. De vrede kan voor Ben en Reitz dan ook niet snel genoeg komen.

Als wetenschappers hebben Ben en Reitz een bijzondere belangstelling voor de natuur: Ben voor de planten- en dierenwereld, Reitz voor de geologie. Ook op commando proberen ze nog zoveel mogelijk de natuur te bestuderen. Ze maken in hun journalen uitvoerig aantekeningen over hun bevindingen. Hun wetenschappelijke activiteiten stellen hen in staat de oorlog te doorstaan.
Als Ben en Reitz in een hinderlaag vallen en zwaar gekwetst raken, worden ze door Niggie en Anna verpleegd. Ben, die zijn vrouw en een dochter in een concentratiekamp verloren heeft, huwt na de oorlog met Niggie. Reitz vindt in Anna een ideale partner maar moet haar opgeven als haar man na de oorlog weer thuiskomt. De titel van de roman geeft aan dat menselijke verhoudingen en vooral de man-vrouw relatie bepalend zijn voor het vinden van persoonlijke vervulling. Volkomen geluk is echter voor de mens niet weggelegd.

Niggie is een roman over de menselijke conditie: de beperktheid en de broosheid van het bestaan, de onkenbaarheid van de medemens, de nood aan liefde en vriendschap, het desperate streven naar geluk in het aanschijn van de dood, het gedreven zoeken naar zingeving. De oorlog fungeert als smeltkroes. Tegenover het scharrelende en krioelende natuurleven en de ontzagwekkende ontstaansgeschiedenis van de aarde krijgt het menselijke bedrijf een futiel, bespottelijk maar ook een heldhaftig karakter. Ontluistering en ontzag liggen rechtstreeks in elkaars verlengde.

Niggie hangt een zoetzuur beeld op van het doen en laten van de mens. Ondanks het feit dat de situering van de roman in de Boerenoorlog een sterk déjà-lu gevoel opwekt – er zijn de laatste jaren nogal wat werken over de Boerenoorlog verschenen - is het een intrigerende roman en een belangrijke toevoeging tot het markante en eigenzinnige oeuvre van een gedreven schrijfster.

Een mannelijk tegenoffensief

Is het omdat de stem van de vrouwelijke auteur zo prominent opklinkt in het Afrikaanse proza dat een schrijver als Piet van Rooyen een vurig pleidooi houdt ten gunste van boeken die op de mannelijke lezersmarkt gericht zijn? Dit zouden dan boeken zijn over onderwerpen als oorlog, sport, misdaad, jacht, avontuur en wilde dieren. In zijn eigen werk probeert hij, naar eigen zeggen, doelbewust een mannelijk lezerspubliek te bereiken. Of zijn jongste werk, de novelle Die Brandende Man, daarin zal slagen is echter zeer de vraag.

Van Rooyens vorige roman Gif is de afsluiter van een spoorzoekertrilogie met telkens de Bosjesman in een sleutelrol. De hoofdfiguren gaan steeds op een queeste naar hun verloren zelf. In Die Brandende Man verlaat Piet van Rooyen weliswaar zijn natuurlijke biotoop, namelijk zuidelijk Afrika, maar behoudt hij de focus op de mens die op zoek is naar zichzelf. Ook nu geeft hij aan het verhaal een allegorisch-symbolische inkleding.

De plaats van handeling is de Nevada woestijn in de Verenigde Staten. Pieter is samen met zijn vriendin Liesbeth vanuit Zuid-Afrika naar Black Rock gereisd om er het feest van de Burning Man bij te wonen. Deze viering moet tot zelfconfrontatie en daardoor tot zelfontdekking leiden. Voor Pieter zijn de kampdagen een schokkende en pijnlijke ervaring. Hij raakt er Liesbeth kwijt en reist na de verbranding van de kolossale Burning Man alleen verder. Van pelgrim is hij tot boemelaar geworden.

Die Brandende Man dompelt de lezer in de roes en de chaos van het feest in het reuzegrote tentenkamp. Pieter ondergaat een stortvloed van ervaringen waarbij het verhevene naast het vulgaire, het obscene naast het afstotelijke staat. Niets menselijks lijkt de feestgangers vreemd. Zoals Pieter moet ook de lezer zijn weg zoeken in deze doolhof van indrukken. Het is allerminst gemakkelijk, zo niet onmogelijk. Als lezer raak je, zoals Pieter, meer dan eens het noorden kwijt. Hoe maak je het onderscheid tussen pseudo-filosofie en diepzinnige uitspraken, tussen bevrijdende geestesveruiming en delirische roes, tussen schijn en wezen? Het resultaat is dat Die Brandende Man zelf veel weg heeft van New Age gebrabbel: de drukdoenerij en de zwaarwichtigheid dienen slechts om de leegte achter de woorden te verdoezelen.

Bovendien gaat het werk al te zwaar gebukt onder de last van de symboliek. Aan zowat alles en iedereen wordt een diepere betekenis toegedicht zodat het naderhand niet meer mogelijk is door de bomen het bos te zien. Die Brandende Man kan zijn ambitie niet waarmaken.

Even surrealistisch van inslag is de toekomstroman Hotel Atlantis van Koos Kombuis. Kombuis is de laatste jaren op allerlei gebieden erg productief: als zanger - zijn nieuwste cd heet Equilibrium - als rubriekschrijver - een selectie commentaren verscheen onder de titel My mamma is ’n taal - en als literator. Na het autobiografische Seks & drugs & boeremusiek slaat hij met Hotel Atlantis een nieuwe weg in, namelijk die van de toekomstroman.

In 2012 wordt niet alleen Zuid-Afrika maar de hele wereld geteisterd door oorlogen en plagen allerhande. Het einde der tijden lijkt nabij. Ook in Kaapstad, waar de schrijver Adam Greyling woont, is een normaal leven niet meer mogelijk. Greyling trekt in gezelschap van zijn hond Kaboel naar de Westkust. Hij belandt uiteindelijk op het dorpje Salem waar hij zijn intrek neemt in Hotel Atlantis. Hij komt er in een hoogst eigenaardig gezelschap terecht dat het einde van de wereld afwacht en in de schrijver de reïncarnatie van de Messias ziet.

De registers van het apocalyptische genre, gecombineerd met een laattijdig fin-de siècle gevoel, worden volledig opengetrokken. De fraai opgesmukte woordfaçade kan echter het gebrek aan substantie niet verbergen. Meer dan een onheilspellende sfeerschepping brengt Koos Kombuis niet. Ondanks al de zwaarwichtige somberheid is Hotel Atlantis even oppervlakkig en oninteressant als de romanfiguren die erin voorkomen.

De whisky drinkende schrijver Adam Greyling zou waarschijnlijk heel goed kunnen opschieten met de natuurbewaarders en drinkebroers uit Skuilplek van Christiaan Bakkes. Deze korte roman rond natuurbewaring is gesitueerd in West-Caprivi, het uiterste noorden van Namibië. Het is het ultieme macho-boek met alle bijhorende stereotiepen tot en met de misprijzende opmerkingen over lamzakkige studenten die nooit in het leger waren of over hippies die tegen de grensoorlog protesteerden. De stoere bonken van natuurbewaarders zijn tenminste echte mannen. Het geheel wordt overgoten met het obligate romantische sausje. Deze verheerlijking van mannelijke kameraadschap, het leger, de paradijselijke natuur, jacht en avontuur wekt alleen maar irritatie op.

In tegenstelling tot Skuilplek speelt Jo’burg, die blues en ’n swart Ford Thunderbird van Vincent Pienaar zich in de stadsjungle af. Het is een echt mannenboek waarin mannen in indrukwekkende auto’s op vrouwelijk wild jagen maar tot de constatatie komen dat vrouwen geen katjes zijn om zonder handschoenen aan te pakken. De personages zijn flenterdun en hun capriolen te potsierlijk voor woorden. Ze hadden evengoed op Mars als in het Johannesburg van de zestigerjaren kunnen wonen.

Van een realistische uitbeelding van de rauwe realiteit is hier hoegenaamd geen sprake. Ongewild krijgt Jo’burg, die blues en ’n swart Ford Thunderbird het karakter van een persiflage. De auteur past volgzaam een recept toe waardoor elke sprankel leven en geloofwaardigheid uit de roman verdwijnt. Ook alle pogingen tot sarcastische humor kunnen daar niets aan verhelpen.

Van een helemaal ander allooi is de tweede verhalenbundel van Herman Wasserman Aan die ander kant van die stad. Wasserman beschrijft doodgewone mensen in alledaagse situaties. In de verhalen wordt echter telkens weer de illusie van normaliteit en rimpelloosheid doorprikt waardoor het individu het wankele evenwicht dat hij bereikt heeft, dreigt te verliezen. De personages worden geconfronteerd met geweld, sociale ongelijkheid, de dagelijkse strijd om te overleven, de monotonie van het werk, de sleur van het huwelijk. Geen wonder dat ze maar al te graag uit hun deprimerende levensomstandigheden zouden willen ontsnappen. Ze fantaseren over een nieuwe verhouding, zoeken ontvluchting in de illusiewereld van de film, verschansen zich in hun huis, trekken zich terug in het verleden of blijven dom- of simpelweg geloven in een betere toekomst. Toch bezitten ze doorgaans de nuchterheid om te beseffen dat de paradijzen die ze in hun dromen scheppen slechts bedrog zijn. Nochtans geven ze de moed niet op; ze komen tot aanvaarding van het leven zoals het is en proberen er het beste van te maken.

Aan die ander kant van die stad is een fijngeschakeerde en humoristische verhalenbundel die haarfijn registreert wat het betekent als blanke te leven in het nieuwe Zuid-Afrika. De verhalen van Wasserman getuigen van een positief engagement ten opzichte van het leven en van Zuid-Afrika.

Autobiografische aantekeningen

Twee schrijvers die reeds een rijpere leeftijd bereikt hebben, publiceerden het afgelopen jaar autobiografische geschriften. Hennie Aucamp omschrijft In die vroegte als een memorie: persoonlijke herinneringen aan mensen, landschappen en dingen die hem als schrijver gevormd hebben. Sommige stukken hebben een essayistische inslag. Ze bevatten beschouwingen over zijn schrijverschap, over genres die hij beoefend heeft en over het leven. Veel aandacht besteedt Aucamp aan het dekadente in zijn werk.

Het is haast onvermijdelijk dat er een sfeer van nostalgie en melancholie over het boek hangt. Aucamp roept een wereld en een leven op die onherroepelijk voorbij zijn en waarvan men zich na de politieke omwenteling van 1994 het bestaan nog nauwelijks kan voorstellen. Het is een wereld waarvan de schrijver zelfs vanuit een achternaperspectief niet lijkt te beseffen hoe exclusief blank en benepen provincialistisch hij wel was. Ondanks zijn reizen en zijn belezenheid, die hij tot vervelens toe demonstreert, lijkt de blik van Aucamp niet verder te gaan dan de grenzen van de blanke gemeenschap en de westerse cultuur. In die vroegte reveleert veel meer door wat er niet in staat dan door wat er wel in aan bod komt.

Ondanks de misleidende, aanmatigende en voorbarige titel wil Die laaste Afrikaanse boek van Karel Schoeman niet meer zijn dan autobiografische aantekeningen. Ze hebben een verbazend volumineuze omvang zeker voor een schrijver die de openbaarheid altijd geschuwd heeft. Volgens Schoeman zelf is het zijn allerlaatste boek.

In Die laaste Afrikaanse boek neemt Schoeman bestek op van zijn leven van zijn geboorte tot aan zijn verstilde verblijf in Trompsburg, een dorpje op het Vrijstaatse platteland. Hij gaat uitgebreid in op de invloeden die hem tot de mens en de schrijver gemaakt hebben die hij is. Schoeman ziet zijn leven als een geleidelijk groeiproces tot zelfontdekking. De schrijver komt tot de vaststelling dat alles goed was zoals het was; niets was toevallig of tevergeefs. Hij kan zich dan ook stoïcijns met de dood verzoenen.

De terugblik op zijn leven en schrijverschap laat Schoeman toe een beeld te schetsen van de ontwikkelingen in Zuid-Afrika doorheen het grootste gedeelte van de twintigste eeuw. Schoeman heeft zijn boek nadrukkelijk opgevat als een socio-historisch document. Het moet dienst doen als een literair museum waarin het verleden bewaard wordt.

Schoeman laat zich kennen als een eenzelvig man die op de kantlijn van de samenleving staat en zich verwonderd afvraagt waar het leven hem gebracht heeft. Hij observeert, verwerkt en legt in zijn werken getuigenis af. Waar Schoeman erg breedvoerig over zijn jeugd, zijn Europese omzwervingen, zijn Zuid-Afrikaanse verblijfplaatsen en zijn literaire inspiratiebronnen uitweidt, is het jammer dat hij zo karig is met informatie over de totstandkoming van zijn eigen werk.

Schoeman geeft aan dat het schrijven van zijn autobiografie een therapeutische oefening is. Het schrijfproces heeft veel weg van écriture automatique: een associatieve gedachtenstroom gestuurd door het onderbewuste. Terwijl geserreerdheid nooit een hoofdkenmerk van het proza van Schoeman was, dreigt Die laaste Afrikaanse boek volledig uit zijn voegen te barsten. De oeverloze woordenvloed, de herhalingen, de veelvuldige zijsprongen, de opsommingen van ellenlange literatuurlijsten en de eindeloze reeksen aanhalingen zijn van het goede te veel. De informatieve meerwaarde ervan is uiterst beperkt.

In Die laaste Afrikaanse boek portretteert Schoeman zichzelf ten voeten uit. De lezer krijgt een soms fascinerende kijk in het privédomein van de schrijver. Maar leert hij Schoeman echt kennen? De onopgeloste interne contradicties liggen zomaar voor het rapen. Hoe valt de nostalgie voor het verleden te verzoenen met het besef dat alles tijdelijk is? Hoe kan deze totaal wereldvreemde man ook een betrokken auteur zijn? Waarom wil iemand die een kluizenaarsbestaan leidt, geen kranten leest, en die zelfs niet eens meer naar muziek luistert nog een autobiografie de wereld insturen? Het lijkt wel dat Karel Schoeman in de huid van een van zijn personages gekropen is. Zo’n eendimensionaal bestaan laat de lezer met een ambigu gevoel. Finaal blijft Karel Schoeman een enigmatisch figuur. Voor meer duidelijkheid is het wachten op een gezaghebbende biografie.

In de jongste prozaliteratuur heeft zich een inkeringsproces voltrokken. Maatschappelijke problemen zijn naar de achtergrond verschoven. De poging van het individu om zin te geven aan zijn leven staat voorop. Is het een gevolg van de gewijzigde machtsverhoudingen en het sterk verminderde aandeel van de blanke Afrikaanssprekende in het openbare leven?

 

Informatie over Afrikaanse literatuur is te vinden op website users.online.be/gramadoelas

 

Literaire sprokkels uit Zuid-Afrika (2004)

Literaire prijzen

  • Aan Pieter Fourie werd de Hertzog-prijs voor drama toegekend voor zijn gehele oeuvre. Pieter Fourie heeft al een hele carrière als dramaturg achter de rug met Die joiner, Die koggelaar en Ek, Anna van Wyk als hoogtepunten.
  • Kasha Potgieter, een nieuwkomer, veroverde de eerste prijs in de Sanlam, Insig en kykNET-romanwedstrijd voor ongepubliceerd werk met Twee gesigte. Johnita le Roux behaalde de tweede plaats met Die Wolfskop.
  • De Ingrid Jonker-prijs uitgereikt voor de beste debuutbundel, ging naar Landelik van Martjie Bosman. De vervreemding tussen mens en land staat in deze bundel centraal.
  • De Recht Malan-prijs werd toegekend aan Karel Schoeman voor Die laaste Afrikaanse boek.
  • De W.A. Hofmeyr-prijs ging naar de monumentale roman Eilande van Dan Sleigh.
  • De 19-jarige Jackie Nagtegaal veroverde de MER-prijs met haar jeugdroman Daar’s vis in die punch.
  • Het Engelstalige jeugdboek Because Pula Means Rain van Jenny Robson werd bekroond met de Unesco-prijs voor jeugdliteratuur. Het verhaal gaat over Emmanuel, een albino, die bij zijn grootmoeder in een klein dorpje woont. Hij wil bruin zijn zoals iedereen en door de anderen aanvaard worden. Het verhaal is gesitueerd in Botswana waar de auteur muzieklerares is in een stad bij een diamantmijn. Robson schrijft verhalen en jeugdliteratuur. Ze is reeds herhaaldelijk bekroond.
  • De Herman Charles Bosman-prijs voor Engelse literatuur werd gewonnen door Ingrid de Kock, een van de belangrijkste Engelstalige dichteressen van Zuid-Afrika, voor haar dichtbundel Terrestrial Things. In dit werk snijdt ze onderwerpen als AIDS en de tragische verhalen van de Waarheid- en Verzoeningscommissie aan.
  • Vanaf 2004 wordt een nieuwe Afrikaanse prozaprijs uitgereikt: de Jan Rabie/Rapport-prijs voor een Afrikaans prozadebuut. Met deze prijs wil de organiserende instantie hulde brengen aan de in 2001 overleden schrijver Jan Rabie voor zijn grote bijdrage tot de vernieuwing van het Afrikaanse proza.

Over boeken

  • Van Mama Medea van Tom Lanoye verscheen een Afrikaanse vertaling van Antjie Krog. J.C. Kannemeyer velt over Krogs vertaling een erg lovend oordeel: “Nie sedert Krige se Shakepeare-weergawes het ons ’n vertaling gehad waar met die Afrikaanse taal in al sy verskeidenheid en fasette so virtuoos en geniaal omgegaan word nie”.
  • Passievrug is de Afrikaanse vertaling van het succesboek van Karel Glastra van Loon.
  • Een prachtige uitgave is het kinderboek Die Madiba-Boek: Nelson Mandela se gunsteling stories vir kinders dat in een Afrikaanstalige en een Engelstalige versie verkrijgbaar is. In het bijzonder aantrekkelijk geïllustreerde boek zijn vooral verhalen uit de schatkist van Zuid-Afrika opgenomen.
  • Over Ingrid Jonker verscheen Ingrid Jonker, beeld van ’n digterslewe van Petrovna Metelerkamp. Het is een rijkelijk geïllustreerde biografie met bijzonder veel archiefmateriaal. Het boek verschaft een unieke kijk op een tragisch leven.
  • Over Karel Schoeman zag de essaybundel Sluiswagter by die dam van stemme onder redactie van Willie Burger en Helize van Vuuren het licht. De bundel bevat zowel algemene beschouwingen over zijn oeuvre als verdiepende besprekingen van afzonderlijke werken.
  • De Afrikaners zijn het onderwerp van het lijvige The Afrikaners – Biography of a People van Herman Giliomee. Het boek brengt een overzicht van de geschiedenis van de Afrikaners van de landing van Jan van Riebeeck in 1652 tot vandaag. Het boek werd reeds geprezen als de definitieve geschiedenis van de Afrikaners voor tenminste één generatie.
  • In Complicities – The Intellectual and Apartheid van Mark Sanders wordt de houding van de Zuid-Afrikaanse intellectuelen tegenover de apartheid onderzocht. Het spreekt voor zich dat een aantal Afrikaners uitgebreid onder de loupe worden genomen. Onder andere N.P. van Wyk Louw krijgt zware kritiek.

Over schrijvers

  • De cursus Creatief Schrijven die Etienne van Heerden al een aantal jaar aan de Universiteit van Kaapstad aanbiedt, blijft resultaten en dus boeken opleveren. De verhalenbundel Stoornis van de debuterende Nini Bennett en de roman Hanna van de gevestigde schrijfster Rachelle Greeff zijn onder Van Heerdens goedkeurende oog geschreven. De flaptekst van Bennetts bundel meldt trouwens met trots dat zij haar M.A. diploma in Scheppend Schrijfwerk met onderscheiding behaald heeft.
  • Etienne van Heerden is ook de drijvende kracht achter Litnet, de website boordevol informatie over wat er reilt en zeilt binnen de Afrikaanse literaire en culturele wereld, zie: www.mweb.co.za/litnet/.
  • De fanclub van Etienne van Heerden heeft een website over haar idool gemaakt. Op www.etiennevanheerden.co.za wordt Etienne van Heerden uitgebreid voorgesteld.
  • Voor Breyten Breytenbach die al een hele poos een haat-liefde verhouding met de Afrikaners heeft, is de maat nu helemaal vol. Hij heeft bekend gemaakt dat hij niet meer in Zuid-Afrika wil publiceren of in het openbaar wil optreden. Zijn gedichten wil hij enkel nog aan een geselecteerde groep vrienden en kennissen per e-mail sturen. De druppel die de emmer deed overlopen was een enquête in Die Burger waarin 80 procent van de respondenten aanduidde dat zij Breyten Breytenbach een volksvreemd individu vinden.
  • Schrijvers zijn natuurlijk niet boven alle kritiek verheven. Maar kritiek leveren op N.P. van Wyk Louw, het grote boegbeeld van de Afrikaanse literatuur, blijft een hachelijke onderneming. Een felle controverse brak uit na de N.P. van Wyk Louw lezing van Luc Renders waarin hij beweerde dat de drama’s van Van Wyk Louw de nationalistische zaak van de Afrikaner dienden. Het werd hem door de Afrikaner goegemeente niet in dank afgenomen.
  • André Brink werd scherp op de korrel genomen door Dan Roodt, de zelfaangestelde verdediger van het Afrikaans, de traditionele Afrikaner waarden en de westerse cultuur in donker Afrika. Roodt is van mening dat Anderkant die stilte als roman een ronde nul is. In deze roman kiest Brink voor een anti-westerse identificatie met de Derde Wereld. Ogenschijnlijk is de roman een aanval op het Duitse kolonialisme maar eigenlijk heeft het boek de man, en specifiek de blanke man, in het vizier. Wegens de karikaturale voorstelling van de Duitse en blanke man mislukt de roman van Brink als literair kunstwerk en wordt hij tot lege propaganda, aldus Roodt.
  • André Brink zelf schreef een scherpe recensie over Die laaste Afrikaanse boek van Karel Schoeman terwijl de meeste andere recensenten het boek de hemel inprijzen. Brink verwijt Schoeman een poseur te zijn en ten onrechte de mantel van geëngageerd schrijverschap op zijn schouders te willen hangen. Van Karel Schoeman, die geen Afrikaanse literatuur en geen besprekingen van zijn eigen werk leest, is alvast geen reactie te verwachten.
  • Op donderdag 12 juni 2003 is de prozaïste Anna M. Louw op 89-jarige leeftijd overleden. Ze debuteerde in 1956 met Die verdeelde uur. Voor Kroniek van Perdepoort uit 1975 ontving ze de Hertzog-prijs. Vos, haar laatste roman, verscheen in 1999. In haar werken, die vanuit een christelijke inspiratie geschreven zijn, plaatst zij de mens met al zijn zwakheden in het licht van de eeuwigheid.

Leestip: Midlands van Jonny Steinberg.

Jonny Steinberg verliet de journalistiek om een boek te schrijven over de aanvallen op de blanke boeren in Zuid-Afrika. Het resultaat is Midlands, een in het Engels geschreven verslag van zijn onderzoek. Midlands schetst geen algemeen beeld van het geweld maar concentreert zich op een moord die gepleegd werd in 1999 in de midlands van Natal. Steinberg probeert het ingewikkelde kluwen te ontrafelen dat tot de moord geleid heeft. Midlands is geschreven in de traditie van werken als My Traitor’s Heart van Rian Malan en Country of my skull van Antjie Krog. Het analyseert de trauma’s waarmee post-apartheid Zuid-Afrika te kampen heeft.

Midlands wordt onvermijdelijk een verhaal van rassentegenstellingen en meer bepaald van de relatie tussen de blanke boer en zijn zwarte arbeiders. Het blijkt hierbij niet zozeer om een persoonlijke verhouding tussen twee individuen te gaan, maar om rollenpatronen en machtsverhoudingen die al lang vastliggen. Ieder draagt het stempel van zijn huidskleur, cultuur, geschiedenis, stam- en familiebanden met zich mee. Tussen blank en zwart gaapt een kloof van onkunde, vooroordeel en misverstand, van wantrouwen en vrees. De hebzucht en het racisme van de blanke staan tegenover de strijd om menswaardigheid en levensruimte van de zwarte.

Wat er gebeurd is, kan slechts vanuit dit bredere raamwerk verstaan worden. Heden en verleden, individu en gemeenschap zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het relaas van Steinberg heeft daardoor de allure van een kroniek van een aangekondigde dood: het noodlottig in elkaar grijpen van factoren en gebeurtenissen brengt een onstuitbaar momentum teweeg dat onherroepelijk op de moord moest uitlopen.

Steinberg oordeelt niet maar probeert tot inzicht te komen door de mythen te doorprikken en de feiten te laten spreken. Hij brengt het verhaal dat achter de krantenkoppen schuilt. Hij doorbreekt het clichématige zwart-wit denken om een verhaal in alle nuances van grijs te tekenen. Steinbergs aangrijpend boek brengt daardoor een openhartig en genuanceed beeld van de spanningen die aanwezig zijn in de hedendaagse Zuid-Afrikaanse samenleving.

 

Pubikasie: Januarie 2009

 

© Catharina Loader 2001