Letterkunde

In de ban van het verleden - Luc Renders

  • Een regenboogliteratuur: A.H.M. Scholtz, Mathews Phosa, Abraham Phillips, E.K.M.Dido, Clive Smith, S.P. Benjamin

  • Dit aardse tranedal: Dolf Van Niekerk, Pieter Wagener, M.C. Botha, Herman Wasserman, Jaco Fouché, E. Kotze, Alexander Strachan, Abraham de Vries
  • Afrekening met het verlede: Piet Van Rooyen, J.M. Gilfillan, Rina Sherman, Tilda Kaufman, André Brink, Elsa Joubert, George Weidemann, Christoffel Coetzee, Arend Visser

In 1996 publiceerde Mathews Phosa, de ANC-premier van de provincie Mpumalanga, onder grote mediabelangstelling Deur die oog van ’n naald, een bundel politieke strijdpoëzie. Ondertussen is Abraham Phillips met Die Messiasbende reeds aan zijn derde boek toe. Zijn verhaal over een groepje aan spiritus verslaafde daklozen is een pleidooi voor begrip en erbarmen. Overaandacht voor het anekdotische en het melodramatische laat echter te weinig ruimte voor de ontginning van de tragische kant van deze verschrompelde levens.

Rugdraai en stilbly van E.K.M. Dido is de opvolger van Die storie van Monica Peters, het relaas van de liefde tussen twee anti-apartheidsactivisten dat eindigt met de triomftocht van president Mandela. Hoe erg het met de liefde mis kan gaan, is het onderwerp van Rugdraai en stilbly. Reeds na enkele maanden wordt het huwelijk van Bernie met haar sprookjesprins Randall tot een hel. Hij is voortdurend uithuizig, houdt er een resem minaressen op na en mishandelt zijn vrouw. Als Bernie ten einde raad bij de maatschappelijke dienst gaat aankloppen, lijkt alles met de hulp van een huwelijksraadgever toch weer goed te kunnen komen. Dit boek is beslist geen voer voor militante feministen. Bovendien maakt de gebrekkige psychologische onderbouw de verhaalontwikkeling er niet geloofwaardiger op.

Dat Phillips en Dido, ondanks het gebrek aan diepgang en ambachtelijk meesterschap, toch weten te bekoren, danken ze vooral aan de naïeve ongekunsteldheid en de gepassioneerde gedrevenheid waarmee ze hun boodschap overdragen.

Van heel wat meer literair-technische kunde getuigen Bly te kenne, Braam van Clive Smith en Die reuk van Steenkool van S.P. Benjamin. Ook nu weer zijn gezinsproblemen aan de orde. De vertellers in beide boeken zijn kinderen die in verscheurde gezinnen opgroeien.

Ze maken een, ook sexueel, initiatieproces door en komen tot de ontnuchterende vaststelling dat de wereld van de volwassenen niets paradijslijks heeft. Er is geen plaats voor helden of idealen. In Die reuk van steenkool, waarin realistische scènes naadloos in surrealistische overgaan, wordt ook de zwarte bewindsovername met scepticisme bejegend. Ook daarvan is geen heil te verwachten.

De zwarte en bruine schrijvers behandelen de rauwe realiteit van het gezinsleven. Hun werken zijn wel sociaal maar niet politiek geëngageerd. De apartheid wordt niet als reden voor de ontwrichting van gezin en gemeenschap aangewezen.


Dit aardse tranendal

In de recent verschenen verhalenbundels van blanke schrijvers wordt het accent verschoven naar het individu en de man-vrouw verhouding. Het is het al treurnis wat de klok slaat. Geluk lijkt de mens niet beschoren. Menselijke verhoudingen zijn weinig bevredigend en het leven zelf wispelturig en leeg. Ongelukkige of verstoorde relaties vormen de rode draad in de verhalenbundel Koors van Dolf van Niekerk.

Het gebrek aan houvast in het leven is het onderwerp van Boereboeddhiste van Pieter Wagener en Belydenis van ’n bedrieër van M.C. Botha. Bij Wagener ontstaat door het spel van het noodlot een onthutsend gevoel van vervreemding. Met wrange humor legt de schrijver de weerloosheid van de mens bloot.

Door aan zijn verhalen een surrealistische inslag te geven, belijdt M.C. Botha niet alleen zijn schatplichtigheid aan Etienne Leroux maar typeert hij het streven van de mens als pathetisch, lachwekkend en absurd. Dat de verhalen geschreven zijn tegen de achtergrond van politieke onzekerheid en maatschappelijke ontwrichting draagt bij tot het creëren van een allesoverheersend onlustgevoel.

Ook Herman Wassermans debuutbundel Verdwaal en Jaco Fouché’s Paartie by Jake’s zijn erg somber. Beide bundels beschrijven de zelfkant van de maatschappij: underdogs die haast niets meer te verliezen hebben. Hun verleden kunnen ze niet van zich afschudden en de kring van eenzaamheid waarin ze zijn terechtgekomen niet doorbreken.”Hel is de herinnering aan de Ander” fulmineert één van de personnages van Wasserman wiens korte teksten getuigen van een vlijmscherp observatievermogen.

Paartie by Jake’s is de opvolger van Jaco Fouché’s veelgeprezen debuutroman Die ryk van die rawe. In deze verhalenbundel bevestigt hij zijn onmiskenbaar schrijftalent. Fouché's personnages leveren een dikwijls vruchteloze strijd om te overleven in een wereld die haast geen mogelijkheid tot zingeving inhoudt. Menselijke verhoudingen worden gekenmerkt door onbestendigheid. Evenals bij M.C. Botha spelen de verhalen zich af tegen het décor van de zich wijzigende politieke machtsverhoudingen.“Walhalla”, het slotverhaal, handelt over een groep reservisten die voor een laatste kamp opgeroepen zijn. Lijdzaam aanvaarden ze de aftakeling van het oude regime. Het nieuwe Zuid-Afrika ontlokt echter niet de minste vervoering.

De kunst van het overleven staat ook in Waterwyfie en ander woestynverhale van E. Kotze centraal. In deze verhalenbundel hebben de natuurelementen - de barre Westkust die de schrijfster door en door kent - een bepalende invloed op de bewoners van deze streek. Hier gelden primaire wetten en elementaire emoties. De ongenaakbaarheid van de natuur wordt weerspiegeld in de stroeve menselijke verhoudingen. De personnages die deze tijdloze verhalen bevolken, krijgen epische allures door de alledaagsheid van hun overlevingsstrijd. Toch blijven ze mensen van vlees en bloed door de deernisvolle portrettering van de schrijfster.

Ook de verhaalfiguren uit Alexander Strachans Agter die suikergordyn - de bundeltitel is een verwijzing naar de suikerrietplantages in het subtropische Natal - zijn onlosmakelijk met hun zwoele omgeving verbonden. Voor de mannen die bier drinken, visvangen, jagen en over rugby praten is Zoeloeland een paradijs; voor de verveelde vrouwen een verstikkende gevangenis. Het macho-gedrag is slechts een scherm dat kwetsbaarheid en vertwijfeling moet verbergen. Deze bijna archetypische Afrikaner leefwereld ontsnapt niet aan de winden van verandering die over Zuid-Afrika waaien. De oude zekerheden hebben afgedaan maar ook de euforie die met de verkiezingen gepaard ging, is ondertussen weggeëbd.

Skaduwees tussen skaduwees is een boeiende toevoeging tot het oeuvre van A.H. de Vries waarin bezinning over het schrijverschap, zoals in deze bundel, een prominente plaats inneemt. Het leven is niet meer dan een schaduw. Woorden hebben tot doel het donker, de stilte en de machteloosheid op te heffen. Als de mens geen beheer over zijn woorden meer heeft, verliest het leven elke betekenis zoals “Die gewer” suggereert. In het bijzonder treffende “Wintervoorraad” bepalen racistische uitspraken het levenslot van het hoofdpersonnage, totdat taalgerechtigheid geschiedt. De verhalen van De Vries hebben door hun bijzonder vernuftige structuur een uiterst suggestieve kracht.

In de jongste oogst verhalenbundels valt de klemtoon op de onmacht van het individu om zin aan zijn leven te geven. Eenzaamheid, onkans en teleurstelling zijn het menselijke lot. De mens bevindt zich in een existentiële crisissituatie waaruit hij geen uitweg ziet. Hij is dikwijls het willoze slachtoffer van wat er in het verleden gebeurd is, zodat heel wat verhalen in een bijna naturalistische sfeer gedompeld zijn. Bovendien draagt de gewijzigde politieke constellatie ertoe bij dat de toekomst van de blanke er alleen maar precairder op wordt.

Afrekening met het verleden

Waar de verhalenbundels vooral op de problematiek van het individu inspelen, krijgen het langere proza en het drama veel nadrukkelijker een maatschappelijk-politieke dimensie. De afrekening met de apartheidsjaren is de schaamte voorbij. Dat is niet in alle werken het geval. Die olifantjagters van Piet van Rooyen is een onovertuigend jachtverhaal - gesitueerd in het noordelijke grensgebied van Namibië - met storend Eurocentrische trekken.

Pouoogmot van J.M. Gilfillan, haar eerste roman na drie verhalenbundels, is een raamvertelling. Tegen de achtergrond van het verontrustende politieke geweld en de hoorzittingen van de Waarheids- en Verzoeningscommissie bespreekt de schrijfster met haar man de opzet van haar roman, die handelt over een aantal vrouwen in een hospitaalzaal. Om de tijd te doden vertellen ze elk een verhaal over kleding. Behalve zuster Precious, een zwarte vrouw die lief en leed tijdens haar ballingschap beschrijft, onthullen alle andere vrouwen een onvervulde liefde. Het delen van hun leed heeft een therapeutische uitwerking. De vertellingen hebben echter te weinig om het lijf om te kunnen beklijven terwijl de raambespreking, waarin de schrijfster haar literair credo formuleert, een al te kunstmatig karakter heeft.

Ook Uitreis van Rina Sherman en het drama Die jogger van André Brink kunnen als belijdenisliteratuur getypeerd worden. In beide teksten worden apartheid en persoonlijke geschiedenis onontwarbaar met elkaar verstrengeld. In Uitreis keert Tilda Kaufman, een bannelinge woonachtig in Parijs, naar huis terug om de begrafenis van haar vader bij te wonen. Onvermijdelijk volgt een terugblik op haar jeugdjaren die door een autoritaire en liefdeloze vaderfiguur werden gedomineerd. Ondanks de verzuurde relatie en de uitgeproken politieke meningsverschillen blijven Tilda's gevoelens tussen liefde en haat oscilleren en komt het nooit tot een volledige breuk. Toch heeft haar vader permanent haar vermogen tot liefde gesmoord. Tilda's leven bestaat uit een opeenvolging van afscheiden: van haar jeugd, haar ouders, Zuid-Afrika, haar minnaars. Uitreis is een waardevolle toevoeging tot de Zuid-Afrikaanse diaspora literatuur.

Een conflict tussen vader en dochter komt ook in Die jogger voor. Kilian een gewezen kolonel van de veiligheidspolitie is in een psychiatrische instelling opgenomen. Hij lijdt aan vervolgingswaanzin en meent dat de zwarte slachtoffers van zijn martelpraktijken hem naar het leven staan. Hij probeert zijn optreden te rationaliseren door naar de geschiedenis van zijn voorvaderen te verwijzen. Tijdens de Anglo-Boerenoorlog werd de boerderij van zijn grootvader verwoest waarna deze zich verplicht zag in de mijn te gaan werken. De Afrikaner kan niet toestaan dat hem opnieuw hetzelfde onrecht wordt aangedaan. In zijn obsessionele focus op het verleden heeft Kilian geen oog voor het lijden van de anderen.

Tegenover Kilian staan zijn zwarte slachtoffers en zijn dochter Ilse. Voor haar heeft de oude ideologie afgedaan en is met de overgang naar een zwarte regering een betere toekomst mogelijk. In dit drama komen een aantal van de meest prominente thema's uit de hedendaagse Zuid-Afrikaanse literatuur aan bod zoals het verband tussen Afrikaner verleden en apartheidsideolgie, het generatieconflict en de problematiek rond schuld, belijdenis en boete.

Het reisboek Gordel van smarag van Elsa Joubert maakt eveneens van het verleden als bouwstenen gebruik. In de voetsporen van de Zuid-Afrikaanse schrijver C.L. Leipoldt reist Joubert naar Indonesië, geïntrigeerd door het feit dat Leipoldts Engelse werk veel vrijmoediger is dan zijn Zuid-Afrikaanse. Als verklaring veronderstelt Joubert dat Leipoldt zich te sterk met zijn volk verbonden voelde om zich kritisch over contentieuze aangelegenheden, zoals de rassenkwestie, te willen uitspreken. Hij had een Zuid-Afrikaanse Multatuli kunnen zijn. De banden tussen Afrikanerschrijver en gemeenschap en de driehoeksverhouding Zuid-Afrika-Nederland-Indonesië komen echter te weinig uit de verf om nieuwe inzichten op te leveren. Bovendien is Jouberts eigen reisverslag te oppervlakkig toeristisch van aard.

In zowel Die onderskepper of die dorp wat op ‘n posseël pas van George Weideman als Op soek na generaal Mannetjies Mentz van Christoffel Coetzee wordt het verleden vlijmscherp gedissecteerd. Weidemans roman is een hedendaagse dorpslegende waarvan de fictieve aard nadrukkelijk wordt onderstreept. Coetzees boek is een historische roman die op fictief feitenmateriaal berust maar nochtans onverbloemde realiteitsaanspraken maakt. Beide werken handelen over de verhulling van het verleden.

Die onderskepper wordt verteld door Arend Visser, de postmeester van het gehucht Salpeterput die er zich niet voor schroomt de brieven van zijn dorpsgenoten open te stomen en te lezen. Vandaar de titel. De mededeling dat de inwoner die er het best in slaagt het onrecht van de afgelopen eeuw in een kunstwerk gestalte te geven een aanzienlijke erflating te beurt zal vallen, zorgt voor opschudding en frenetieke activiteit.

Een noodzakelijk onderdeel van het onderzoek naar het gedane onrecht is de ontrafeling van de moord op Sybokkie, de beeldschone Helena Sybrandse. Geleidelijk komt vast te staan dat Sybokkie, de icoon van zuiverheid en onaantastbaarheid, moest sterven omdat zij ervan verdacht werd, door een ongeoorloofde liefdesrelatie, tot de verbastering van de Afrikaner bij te dragen. Zij is het slachtoffer van racisme. Zowat iedereen in de blanke gemeenschap is medeplichtig aan haar moord of aan de samenzwering van stilte die erop volgt. Iedereen heeft dus wel iets te verbergen. Slechts door het verleden uit te pluizen kan de waarheid aan het licht komen.

Die onderskepper bespreekt het belangrijkse hete hangijzer uit de huidige maatschappelijke discussie in Zuid-Afrika, namelijk de vraag hoe om met het verleden om te gaan. De auteur suggereert dat kunst misschien wel het meest aangewezen middel is om met het onverwerkte verleden in het reine te komen. Zijn roman is daar trouwens een perfecte illustratie van zowel door de nadrukkelijke aanbieding ervan als literaire creatie als door de onthulling van het verleden die erin gebeurt. Juist daardoor fungeert kunst als mysteriespel: het leidt tot verzoening en maakt een meer harmonieuze samenleving mogelijk.

Met virtuositeit heeft Weideman uit een bonte mengeling van stemmen en verhalen, van referentiekaders en verwijzingen, ook naar literaire antecedenten, van verhullingen en onthullingen een fascinerende wereld gecreëerd. Die onderskepper is een bijzonder rijk boek dat bovendien erg vlot leest.

De speelsheid van Weideman maakt bij Coetzee plaats voor bloedige ernst. Op soek na generaal Mannetjies Mentz vult een witte bladzijde uit de geschiedenis van de Boerenoorlog in. Een amateur historicus heeft de taak op zich genomen de handel en wandel van generaal Mannetjies Mentz te reconstrueren. De roman is het verslag van zijn onderzoek en bestaat uit een redactionele inleiding gevolgd door drie getuigenverslagen. Gezamenlijk brengen ze een chronologisch overzicht van de oorlogsdaden van Mannetjies Mentz en van de strijders die onder zijn bevel stonden. De totale ontaarding van het wraakcommando, dat met uiterste wreedaardigheid zowel Engelse soldaten als hun Boerenkrijgsgevangenen die de strijd willen opgeven, afmaakt, wordt opengevlekt.

Van een idealistische en gerechtvaardigde oorlog is nergens sprake. Alleen de tomeloze gruweldaden van een totaal amorele generaal worden aan de kaak gesteld. Het fanatisme aan Boerenkant, aangeblazen door relgieus extremisme, rekt de oorlog nodeloos en maakt sommige betrokkenen, zoals de onverzettelijke matriarch van de Naudé familie, blind voor de wandaden in eigen rangen. Het gevolg is dat moeder en dochters lijnrecht tegenover elkaar komen te staan. Deze scheuring komt nooit meer goed. Coetzee toont de keerkant van de oorlogsmedaille en maakt zowat alle heilige huisjes in verband met de Boerenoorlog met de grond gelijk. De witte plek is tot een van de zwartste bladzijden uit de geschiedenis van het Afrikanerdom geworden.

Afgezien van de inleiding waarin de officiële geschiedschrijving op de korrel genomen wordt, levert de auteur geen verdere kommentaar. Wellicht is de belangrijkste impliciete aantijging dat de betrokkenen na de oorlog door de hoogste instanties in bescherming werden genomen en nooit voor hun misdaden berecht zijn. Hierdoor wordt het boek een indirect pleidooi tot de regering en de schrijvers om ook de misdrijven die tijdens de apartheidsjaren gepleegd zijn niet in de doofpot te steken.

Dat de schrijver de Boerenoorlog als verhaalstof kiest, wijst op de centrale rol ervan in de mythologie van de Afrikaner. Op soek na generaal Mannetjies Mentz ligt in het verlengde van een reeks andere werken waarin de traditionele Afrikanermythen volledig ondergraven worden. Deze bijtende zelfkritiek maakt deel uit van het zoeken naar de waarheid. Christoffel Coetzee gebruikt in dit proces fictie als loog. Zijn zoektocht naar Mannetjies Mentz is schijngeschiedenis, want een maaksel van de auteur. Als geschiedenis is de roman verdacht, als fictie echter des te vernietigender. Het wijst erop dat de rol van de schrijver nog lang niet is uitgespeeld.

Luc Renders

 

Publiseer: Januarie 2009

Kort: (image/vatmaar.jpg)

 

© Catharina Loader 2001