Letterkunde

(Ghislain Dichâteau fokus op JM Coetzee)

 

Beste lezers van het Afrikaans in Europa,

De Nobelprijstoekenning aan J. M. Coetzee heeft bijzonder veel weerklank gevonden in het Nederlandse taalgebied. Uit de vele artikels die ik daarover heb gelezen, heb ik er toch eentje uitgekozen voor toezending naar Euroforum, dat van de Leuvense professor Kerkelijk Recht Rik Torfs. Naar mijn smaak heeft hij met het onderstaande artikel een heel rake en goed vatbare karakterisering gegeven van het werk van Coezee. Hij was de meest aandachtige lezer die je je maar kan indenken. Dan kan je er ook wat over schrijven, niet ?

Met mijn vriendelijke dank aan Prof. Dr. R. Torfs voor de toezending van zijn fotootje.

Ghislain Duchâteau – 20 oktober 2003

Een oplossing brengt Coetzee nooit, maar de manire waarop hij die zijn lezers onthoudt, troost meer dan de waarheid dat ooit zou kunnen

Prijswinnaars dragen niet echt mijn belangstelling weg. Het maakt mij weinig uit wie de lotto wint of wie de volgende paus wordt, tenzij het in beide gevallen om dezelfde vrouw zou gaan. Maar dat J. M. Coetzee de Nobelprijs voor literatuur heeft gewonnen, stemt mij waarlijk gelukkig. Hij is al jaren mijn lievelingsauteur.

Het eerste boek dat ik van hem las, Age of Iron, werd gepubliceerd in 1990. De classica Elizabeth Curren is stervend aan kanker. Zuid-Afrika glijdt weg in een sfeer van geweld. In haar tuin treft Elizabeth een dronken zwerver aan, Vercueil, niet zo heel vriendelijk, niet bijzonder sympathiek. Langzaam sijpelt hij in haar leven binnen, terwijl de dood nadert en de wereld verloedert. Naar het einde toe draagt zij voor hem een stuk Vergilius voor en slaapt hij naast haar in bed, hoewel ze toch ook vreemden blijven voor elkaar. Het boek eindigt met twee onvergetelijke zinnen die Coetzee in de mond van Elizabeth legt: ,,Hij nam me in zijn armen met formidabele kracht, zodat mijn adem me met een stoot ontsnapte. Aan die omhelzing viel geen warmte te ontlenen.''

Wat ik bij Coetzee bewonder, is zijn vermogen om de vragen niet per se te willen beantwoorden wanneer ze rijzen. Hij heeft niets van een loodgieter die probleempjes telkens weer monter uit de wereld helpt. Hij is integendeel een meester in het leven met onopgeloste vragen. En hij gaat met die vragen liefdevol om.

Rechtvaardigheid leidt tot verlies, dat beseft Coetzee maar al te goed. Met het apartheidsregime dat hij steeds heeft verfoeid, verdwijnt ook stilaan een westers getinte visie op kunst en literatuur.

En slachtoffers zijn bij Coetzee doorgaans niet sympathiek. Schrijvers die zich sterker door hun politiek engagement laten meeslepen, aarzelen om die stap te zetten. In het licht van extreem geweld moet een slachtoffer zuiver zijn. Nadine Gordimer bijvoorbeeld, ook uit Zuid-Afrika en ook blank, die in 1991 de Nobelprijs won, heeft de neiging het lot van slachtoffer met goedheid te verbinden. Maar hoeft dat echt? Moeten slachtoffers beminnelijk zijn? Wordt de vergassing van miljoenen joden minder weerzinwekkend wanneer blijkt dat zich onder de slachtoffers ook onaardige mensen bevonden?

Coetzee ontloopt die confrontatie niet en vermijdt elke meligheid. Slachtoffers kunnen dus onsympathiek zijn, en de jongste Nobelprijswinnaar laat niet na daarover uitvoerig te berichten. Maar -- en hier verrast hij een tweede keer -- het is niet omdat iemand weinig aantrekkelijk is, dat hij niet bemind kan worden. Want Coetzee onthoudt zijn vaak wat ranzige personages zijn liefde niet. Hij bemint de vijanden die hij eerst in al hun onaantrekkelijkheid tot leven wekt.

Kortom, zoals Le Monde berichtte, Coetzee is niet bang om een gedachte tot in haar meest gecompliceerde meanders te blijven ontwikkelen. Dat gebeurt met een telkens weer ontwrichtende intelligentie. Een oplossing brengt hij nooit, maar de manier waarop hij die zijn lezers onthoudt, troost meer dan de waarheid dat ooit zou kunnen. Overleven zonder oplossing, maar niet zonder genadeloos nadenken, ziedaar Coetzee.

Zulk een manier van denken kan ook op politiek vlak bijzonder nuttig zijn, om te beginnen in Zuid-Afrika zelf. Het is een schitterend land, met talloze problemen waarvoor geen oplossing bestaat. De aidsepidemie is uitzichtloos. De maatschappelijke tegenstellingen zijn onoplosbaar. Een zwart kind dat er vandaag geboren wordt, zal wellicht niet in rijkdom sterven. En blanke generatiegenootjes maken erg weinig kans om minister of president te worden. Voor vele problemen is er helemaal geen uitweg. En toch loopt niet alles mis. Ik bezoek Zuid-Afrika vrijwel jaarlijks, en eerlijk gezegd, de dingen gaan er zeker niet slechter dan enkele jaren geleden. Donkere tinten domineren geenszins. Maar een oplossing voor de problemen, die is er niet. God zij dank misschien, want oplossingen durven wel eens moordend te zijn, of gruwelijk naïef.

Naïef, zoals de droom van een lieflijk land dat Israël en Palestina verenigt, broederlijk bestuurd door Israëli's en Palestijnen samen. Vrede heerst, niemand ontploft nog op straat, de mensen beminnen elkander.

De oplossing kan ook moordend zijn, zoals in verschillende steden van ex-Joegoslavië. Een aantal welkgemikte kogels verwees er een hinderlijke etnische diversiteit definitief naar de geschiedenisboeken.

Ach, die oplossingen toch, ze helpen ons zo weinig vooruit. Politiek is eerder de kunst om verstandig om te gaan met het onoplosbare. Voor jonge politici die Machiavelli al uit het hoofd kennen, is de tijd gekomen om over te schakelen op J. M. Coetzee. De passie voor de impasse, niemand ontwikkelt ze mooier dan hij.

Ten slotte dit. Mede door Coetzee kijk ikzelf anders dan tien, vijftien jaar geleden tegen mijn vak, tegen wetenschap aan. Humane wetenschappen verschillen van exacte. Hun meetinstrumenten zijn anders, hun methodologie verschilt. Voor ons is het vinden van een oplossing niet altijd een succes. De oplossing kan net zo goed een gebrek aan moed verbergen. Want er is moed nodig om te verzaken aan beperkt en beheersbaar onderzoek, om door te dringen tot in de diepste meanders van het denken, waar je steeds minder steun ondervindt van empirische, controleerbare gegevens, waar je opeens merkt dat je alleen staat.

Wetenschap is ook: blijven doorgaan wanneer de oplossing onmogelijk is. Wetenschap is denken tegen beter weten in.

De auteur is hoogleraar kerkelijk recht. Het hellend vlak verschijnt tweewekelijks op donderdag in De Standaard.

Rik Torfs

09/10/2003 - ©Copyright prof. R. Torfs

© Catharina Loader 2001