Letterkunde

Fokus op grote zuid-afrikaanse schrijvers in de volle belangstelling

Gordimer en Coetzee

Nu is het toch wat geleden, dat we wat nieuws opstuurden naar Wenen over wat er zoal in de media over Zuid-Afrika verschijnt. De constante stroom van berichten over allerlei thema’s blijft aanhouden. Toch willen we ons nu beperken door ons te richten op wat er zoal op literair gebied gebeurde en zich nog aan het voltrekken is.

***

Het overlijden een paar maanden geleden van Johannes Kerkorgel, de onovertroffen zanger en cabaretier, heeft ons even met verstomming geslagen. Onze aandacht op hem met meer dan enkele woorden, met videofragmenten van zijn optreden, werd gevestigd tijdens het Seminarie Afrikaanse Letterkunde in Hasselt in juli 2002. Dat is ons bijgebleven, ook zijn optredens in Vlaanderen en tijdens het Oudtshoornfestival in de Vlaamse tent in Zuid-Afrika betekent een krachtige band met onze taal en cultuur. In één van de eerste teksten “Vlamingen zweten voor erkenning” die wij naar dit Euroforum stuurden en die de lezer er nog eens kan op naslaan, brachten wij via een artikel uit de Vlaamse krant De Morgen van 14 april 2001 daarover verslag uit. Kerkorgel was iemand. Hij kon wat. Hij boeide. In de Vlaamse pers werd aandacht besteed aan zijn tragisch overlijden.

***

Tijdens datzelfde letterkundeseminarie in Hasselt hebben we ook de bijna mythisch geworden jonge schrijfster Ingrid Jonker van dichterbij leren kennen. Daar kregen wij ook “Korreltje niks is my doot” te zien, een aangrijpende video-opname van een televisie-uitzending over haar. We hebben intussen haar gedichten aangeschaft en met aandacht gelezen. Ze doen me denken aan andere neo-romantische jonggestorven poëten als Johan Slauerhoff en dichter bij ons Jotie ’t Hooft. Alle drie “Frühvollendeter” zoals mijn literatuurprofessor Herman Uyttersprot jonggestorven dichters karakteriseerde.

Nu is er wel pas (in de laatste week van mei 2003) een nieuwe biografie over Ingrid Jonker gepubliceerd: Beeld van ´n digterslewe. We hebben het nieuws niet uit de media, wel via de elektronische Nieuwsbrief van 28 mei 2003 van Erns Grundling van LitNet – een webstek die over literaire boeken in Zuid-Afrika belangwekkend nieuws doorgeeft. Grundling schrijft: Die boek is saamgestel deur Petrovna Metelerkamp, met ’n jeugbiografie deur Anna Jonker. Metelerkamp het hier ’n besonder boeiende boek saamgestel. Uit die bykans 140 foto’s, 60 briewe, manuskripte en tot nou toe verborge inligting kom ’n insiggewende beeld van Jonker as mens van vlees en bloed.

***

Toch willen we onze volle aandacht toespitsen op twee zwaargewichten in de literatuur in Zuid-Afrika. Beiden kunnen we in verband brengen met de Nobelprijs voor literatuur. Nadine Gordimer heeft hem in 1991 gekregen voor haar enorme oeuvre. Van J.M. Coetzee wordt gezegd dat hij een grote kanshebber is voor een van de komende Nobelprijzen voor literatuur; hij heeft al wel tweemaal de prestigieuze Bookerprijs ontvangen.

Nadine Gordimer

Nadine Gordimer is begin mei in België op bezoek gekomen als belangrijkste gast van een Literair rendez-vous in Brussel. Zowel de gesproken als de geschreven pers was er als de kippen bij om haar te omringen en haar aan het woord te laten. Op de televisie werd ze geïnterviewd en ze kreeg artikels over haar in de kranten. De gerenommeerde schrijfster en vice-presidente van de internationale PEN-club werd aan de tand gevoeld over haar land en haar houding tegenover de actuele situatie in Zuid-Afrika. Ze verdedigt de huidige regering in krachtige bewoordingen, maar ze blijft tegelijkertijd kritisch ingesteld. Uit een interview citeren we haar : “De regering heeft het heel goed gedaan op vele terreinen. Miljoenen op het platteland hebben nu elektriciteit en stromend water. Europa en Amerika denken dat wij in negen jaar een perfecte democratie kunnen opbouwen en iedereen banen en huizen kunnen geven. Maar zelf hadden ze daar tweehonderd of driehonderd jaar voor nodig.” Teleurgesteld is ze omtrent het reusachtige en kwaadaardige aids-probleem in Zuid-Afrika. Hoewel ze tot de partij van de president behoort, stelt ze toch dat hij onvoldoende aandacht besteedt aan die problematiek. De ongeveer tachtigjarige auteur geeft echter wel voorrang aan haar schrijverschap tegenover haar politieke ingesteldheid, hoewel ze wel uitgesproken politieke overtuigingen heeft. Maar ook als schrijfster uit ze zich kritisch tegenover haar land : “Er is geen literair tijdschrift meer waar jonge schrijvers kunnen debuteren. Er is geen geld voor kunst. Erg slecht. Literatuur en theater houden het plezier van het bestaan in leven. Dat is bewezen in de moeilijke jaren van de apartheid, toen de regering alle vreugde verwoestte.” (Interview “Nadine Gordimer staat pal voor Zuid-Afrika” M.D. in De Standaard van 8 mei 2003)


Kliek hier als je meer wil weten over deze grote schrijfster.

De nakende publicatie van J.M. Coetzees roman "Portret van een jongeman" (Youth) is een tweede autobiografisch boek naast "Jongensjaren" (Boyhood) uit 1997.

Toevallig krijg ik een artikel uit het NRC Handelsblad, een Nederlandse publicatie, van zaterdag 15 juni en zondag 16 juni 2002 in handen. Het is een stuk van Corine Vloet met als titel “J.M. Coetzee en de gevaarlijke schrijver”. Ze vraagt zich daarin af of boeken schadelijk kunnen zijn. In de hele wereldgeschiedenis hebben dictaturen immers boeken gecensureerd of verboden. Ook grote godsdiensten deden en doen dat. Aan literatuur wordt een bepaalde macht toebedeeld, een vermogen om schade toe te brengen aan de regerende staatsvorm of aan de persoonlijke ziel van de lezer of de schrijver. Voor de Zuid-Afrikaanse auteur is de censuur een betekenisvolle problematiek waarin hij zich vroeger al heeft verdiept. In een Nexus-conferentie op 12 juni 2002 in Tilburg in Nederland over “Het kwaad” stelde hij die thematiek aan de orde in een nieuw verhaal “The Problem of Evil’. Hij las de verkorte versie van dat verhaal, een pamflet in fictievorm, voor. Wellicht moet men toch oppassen met de opvattingen die een schrijver laat uitspreken door zijn hoofdpersonage. Hier is dat dezelfde hoofdpersoon als in zijn eerder boek Dierenleven Elizabeth Costello. In Dierenleven is die Elizabeth de wat oudere Australische schrijfster en essayiste die aan een Amerikaanse universiteit een lezing geeft over dierenrechten. Zij doet nogal wat controversiële uitspraken – ze vergelijkt de bio-industrie en vlees eten in het algemeen met de holocaust. Dat leverde Coetzee de aantijging op dat hij zich schuldig zou hebben gemaakt aan het bagatelliseren van de holocaust. Ook in “The Problem of Evil” doet Costello controversiële uitspraken. Nu moet ze komen spreken in Amsterdam op een conferentie over het probleem van het kwaad in het onderdeel ‘Stilte, Medeplichtigheid en Schuld’. Ze wil aanvankelijk weigeren, maar een roman over het moordcomplot op Hitler doet haar toch ingaan op de uitnodiging. In dat boek wordt nauwgezet beschreven hoe de samenzweerders op een langzame, wrede manier ter dood worden gebracht. Ze leest door, misselijk van het spektakel, misselijk van zichzelf, misselijk van een wereld waar die dingen plaatsgrepen, tot ze het boek in weerzin van zich wegduwde. Obsceen noemt ze die dingen : omdat ze niet zouden mogen gebeuren, ook omdat ze nadien niet zouden mogen worden uitgebracht en voor altijd verborgen zouden moeten blijven in de ingewanden van de aarde. Ze is geschokt door de details, door het verlies van menselijke waardigheid. Daarom is haar stelling voor haar lezing ‘Witness, Silence, and Censorship’ dan ook, dat er dingen zijn die niet goed zijn om te lezen of om te schrijven. De grafische beschrijving van gruweldaden betekent het opnieuw tot leven wekken van het kwaad, het kwaad “glamouriseren”. Het maakt de schrijver medeplichtig. Maar is dat nu schadelijk voor de lezer, voor de schrijver? Enerzijds kan dat afstompen, verlies van vertrouwen in menselijkheid opleveren, de menselijke waardigheid aantasten. Maar is het niet net de belangrijkste verdienste van grote schrijvers – als Coetzee – om te zeggen wat niet gezegd mag worden, te tonen wat niet gezien mag worden ?

Net nu in juni 2003 publiceert J.M. Coetzee een derde autobiografisch boek, Youth: Scenes from Provincial Life II. Toch komt de schrijver in de Vlaamse pers om een andere reden in de belangstelling. Hij werkt op dit ogenblik aan een bloemlezing over Nederlandse dichtkunst. Marcel van Nieuwenborgh bericht daarover op 17 juni 2003 op de voorpagina van De Standaard onder de titel “Coetzee brengt Hugo Claus naar Amerika” en op de Media & Cultuurpagina “Coetzee bloemleest Nederlandse dichtkunst”. Voor de Amerikaanse Princeton University Press publiceert hij in februari 2003 “Landscape with rowers. Poetry from the Netherlands” De titel Landschap met roeiers zou steels verwijzen naar de dichtbundel Chrysanten, roeiers uit 1977 van Hans Faverey. Hans Faverey is een van de uitverkoren dichters voor de Amerikaanse anthologie samen met de Vlaming Hugo Claus en de andere Nederlanders Cees Nooteboom, Gerrit Achterberg, Sybren Polet en Rutger Kopland. Dat zijn inderdaad stuk voor stuk grote dichters uit de moderne Nederlandse literatuur. Coetzee heeft alle gedichten uitgezocht en ze zelf in het Engels vertaald. De bloemlezing neemt ook de Nederlandse versie op van de gedichten en ze krijgt een uitvoerige inleiding in onze literatuur. De publicaties van Princeton University Press worden over de hele wereld verspreid en genieten een bijzonder hoge waardering in academische kringen. Het is dan ook goed dat John Maxwell Coetzee deze kans grijpt om in de toch al zo ontoegankelijke Engelstalige wereld voor de wat minder verspreide talen als het Nederlands als mediator te fungeren en het knappe uit onze Nederlandse poëzie uit te dragen naar en toegankelijk te maken voor dat ruime potentiële verspreidingsgebied. Zo speelt volgens Marcel van Nieuwenborgh J.M. Coetzee sherpa voor de Nederlandstalige hedendaagse poëzie.


Publiseer: 18 juni 2003

© Catharina Loader 2001